Nationale kwesties bepalen opkomst Provinciale Statenverkiezingen

De opkomst van de Provinciale Statenverkiezingen is historisch gezien lager dan voor landelijke- en gemeenteraadsverkiezingen. Maar in 2011 was er een plotselinge opleving toen 56 procent van Nederland naar de stembus ging. Zal deze trend zich voortzetten?

 

tabelstatenverkiezingen

Was de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen in 1978 nog hoog met 79,6 procent (dat is hoger dan de opkomst bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen), vanaf 1982 gaat dit gestaag omlaag met een historisch dieptepunt in 2007 van 46,4 procent. Dat de opkomst zo laag is heeft een politicologische verklaring. Volgens Peter Castenmiller, co-auteur van het boek Ruimte voor provinciaal beleid, zijn de Provinciale Statenverkiezingen zogenaamde tweederangs verkiezingen. “Burgers ervaren de verkiezingen als minder belangrijk, en deze verkiezingen krijgen minder media-aandacht. Dat is niet terecht, want de provincies hebben wel degelijk een belangrijk takenpakket. Maar het blijft moeite kosten om burgers daar van te overtuigen.”

 

 

Toch was er in 2011 opeens een opleving met een opkomstpercentage van 56 procent (sinds 1987 was de opkomst niet meer zo hoog geweest). Hoe kan dat? “Verkiezingen als deze scoren hoger als er nationale politieke consequenties zijn”, zegt Castenmiller, “In 2011 was er gedoe met het kabinet. Dan vormen verkiezingen als deze ineens een graadmeter voor de nationale politieke verhoudingen.” Castenmiller denkt dat de opkomst van de aankomende Provinciale Statenverkiezingen niet hoger zullen zijn dan in 2011, maar de nationale dimensie zal zeker een rol spelen. “Er is geen meerderheid in de Eerste Kamer, dat thema zal vermoedelijk wel aan de orde komen in de aanloop naar deze verkiezingen.”

Nationale kwesties bepalen opkomst Provinciale Statenverkiezingen
Stan van Kesteren