“We moeten samenwerken en onderscheidend worden in plaats van met elkaar te concurreren.”

Cor Hendriks van de Rabobank en Nico van Ruiten van de Land- en Tuinbouw Organisatie geven tekst en uitleg bij de crisis in de glasgroenteteelt. De oorzaken worden op een rijtje gezet, de gevolgen ervan besproken en de mogelijke oplossingen en toekomstperspectieven uiteengezet.

 

“We hebben te maken met een moeilijke markt,” aldus Cor Hendriks, sectormanager Tuinbouw Rabobank Nederland. Maar bovenal is de crisis in de glasgroenteteelt een combinatie van factoren, die grote gevolgen heeft gehad en nog steeds heeft voor de tuinders. De slechte prijsvorming is oorzaak nummer één. Vanwege de relatief hoge kostprijs hebben we geen makkelijke positie op de internationale markt. Cor Hendriks: “ons product is gewoon veel duurder om te maken in vergelijking met Spanje, waar veel minder vaste kosten zijn. Nico van Ruiten, LTO Glaskracht, noemt ook de versnippering in de verkoop als een belangrijke oorzaak. “Veel bedrijven produceren dezelfde producten.” Bovendien groeit de productie sneller dan de consumptie. Op deze manier voelt de sector zich gedwongen om de productie tegen lage prijzen te verkopen.

 

Veel tuinders die de dupe zijn geworden van de crisis in de tuinbouw, geven de banken grotendeels de schuld. “De banken hadden deze crisis ook niet kunnen voorzien,” legt Nico van Ruiten uit. Er werd voor de crisis makkelijk geld uitgeleend voor modernisering en schaalvergroting. Het waren niet de banken die met de ideeën tot uitbreiding kwamen, alle initiatieven kwamen van de tuinders zelf en de bank faciliteerde. “Nu hebben we een overvolle markt, mede door de schaalvergroting,” aldus Nico van Ruiten. Op de vraag of de Rabobank minder investeringen had moeten financieren antwoordt Hendriks: “met de kennis van toen niet nee, met de kennis van nu hadden we misschien wel minder moeten faciliteren.”

 

 3654067726_73e15195fb_o

 

Cor Hendriks legt uit dat er momenteel een koude sanering gaande is in de glasgroenteteelt. Dit houdt in dat bedrijven zonder perspectief noodgedwongen moeten stoppen en uiteindelijk verkocht worden. Als bedrijven niet meer aan de betalingsverplichtingen kunnen doen, wordt de schuldenpositie alleen maar groter. “Het is in niemands belang om dit dan voort te zetten.” In zo’n situatie besluit de bank samen met de ondernemer tot verkoop over te gaan. Het zorgt voor een trieste situatie en veel boze tuinders, het gaat immers om waardevolle (familie)bedrijven. “Het is logisch dat dat veel emoties teweeg brengt.”

 

Zaak is dat de glasgroenteteelt er weer bovenop geholpen wordt. “Veel acties van telers zelf waren  gestrand”, en daarom schakelde LTO de hulp in van McKinsey & Company om samen tot oplossingen te kunnen komen en een nieuwe strategie te bepalen. Door de verkoop en afzet beter te structureren kunnen deze weer in evenwicht komen. Een betere samenwerking tussen de bedrijven biedt hierin toekomst. Met tien à vijftien collectieven hetzelfde product tegen te lage prijzen aanbieden helpt namelijk niet. Cor Hendriks: “we moeten samenwerken en onderscheidend worden in plaats van met elkaar te concurreren.”

 

Verduurzamen is een andere manier om de situatie in de glasgroenteteelt te verbeteren. Momenteel heeft de sector niet de financiële kracht om hierin veel te investeren. “Om de sterke concurrentiepositie te kunnen behouden moet de modernisering en het innovatieve vermogen op peil blijven”, aldus Cor Hendriks. Op het gebied van duurzaamheid is de Nederlandse tuinbouw koploper in de wereld, hier liggen dus veel kansen.

 

Maar om de glasgroenteteelt modern te houden, is geld nodig. Cor Hendriks legt uit dat de Rabobank door de crisis niet ophoudt met  financieren in de glastuinbouw. De bank wil zich blijven inzetten voor bedrijven met perspectief. Maar volgens Nico de Ruiten blijft het juist onduidelijk of zij nu een goed financieel pakket krijgen aangeboden. “De bank geeft nu vooral kortlopende kredieten in plaats van langlopende leningen.” Het zijn juist de leningen die de ondernemers vertrouwen en zekerheid geven voor de toekomst, iets wat ze keihard nodig hebben. Door de maatregelen van de banken wordt iedereen in de greep gehouden, ook de bedrijven die het goed doen.

 

De provincie kan iets betekenen voor de glasgroenteteelt door herstructurering en vernieuwing mogelijk te maken. Cor Hendriks: “momenteel zien we geen enkele doorstroming van bedrijven.” Van bedrijfsovername is nog nauwelijks sprake. De provincie zou de doorstroom bijvoorbeeld weer mogelijk kunnen maken door samen met de tuinders te onderzoeken hoe dit proces opgang gezet kan worden. Maar het zijn vooral de telers die het vervolg bepalen én betalen. Steun van de provincie, niet alleen op financieel gebied, is hierbij wel meer dan welkom. Ook om verduurzaming te stimuleren en te bevorderen. Fondsen zouden ook een extra steuntje in de rug kunnen geven. Nico van Ruiten: “er moet Brussels geld vrijkomen.” De hulp van een bedrijf als InnovationQuarter  kan hierbij ingeschakeld worden om Europese fondsen te benutten.

 

Samenwerken is het toverwoord. Provinciale en locale overheden, de LTO en ondernemers moeten samen tot initiatieven komen. Zo kan vernieuwing en verduurzaming gerealiseerd worden en kan het Nederlands product weer als sterk en herkenbaar merk op de markt komen.

 

“We moeten samenwerken en onderscheidend worden in plaats van met elkaar te concurreren.”
Sanne Wolters