“Winkel leegstand tast leefbaarheid aan”

Veel gemeenten in Zuid-Holland kampen met langdurige winkelleegstand. Maar hoe staat het nu met de winkelleegstand in Leiden, waarom staat de aanpak ervan hoog op de provinciale agenda en wat doet de provincie Zuid-Holland concreet om winkelleegstand aan te pakken? Enkele vragen hierover aan woordvoerder Dirk-Jan de Vink van de provincie Zuid-Holland.

 

Wat doet provincie Zuid-Holland concreet om winkelleegstand te voorkomen en aan te pakken?

 

“De provincie Zuid-Holland streeft naar levendige, qua functies gemengde stads- en dorpsgebieden met een aantal krachtige en kwalitatief onderscheidende centra. Het provinciale detailhandelsbeleid is er op gericht om detailhandelsvoorzieningen zoveel als mogelijk te bundelen en te concentreren in de centra van steden, dorpen en wijken. Dat is goed voor het vestigingsklimaat en het leefklimaat in de dorpskernen en stedelijke centra.

 

In een deel van Zuid-Holland is er een overaanbod aan winkels. De provincie ziet erop toe dat gemeenten in regionaal verband afstemmen over nieuwbouw van winkels. Daarnaast toetst de provincie bestemmingsplannen aan haar eigen detailhandelsbeleid, dat uitgaat van zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden en kwalitatieve versterking van winkelcentra plaatst boven kwantitatieve versterking.”

 

Waarom vindt de provincie het belangrijk om winkelleegstand aan te pakken? En in hoeverre is winkelleegstand überhaupt een probleem?

 

“De provincie heeft een belangrijke taak op het gebied van ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. De oplopende winkelleegstand is een groot maatschappelijk probleem en tast juist de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van onze omgeving aan. Als te veel winkels in een bestaand winkelgebied leeg staan, verliest dit gebied zijn aantrekkelijkheid en functionaliteit. Dat heeft zijn weerslag op de economische vitaliteit van een gebied en op de leefbaarheid. Leegstand leidt tot verloedering en sociale onveiligheid. De verschuiving naar online-aankopen, beschouwen wij niet als een probleem. De consequentie van het toenemend online-shoppen van Zuid-Hollanders is dat er minder behoefte is aan fysieke winkels, waardoor de leegstand verder oploopt, en de aard van bestaande winkelgebieden verandert. Het is een overheidstaak om deze veranderingen zodanig te geleiden dat de gevolgen van online-shoppen (oplopende leegstand van fysieke winkels) niet ten koste gaan van ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.”

 

Hoe staat het nu met de winkelleegstand in Zuid-Holland? Is er sprake van een toename of afname vergeleken met voorgaande jaren?

 

“De oppervlakte lege winkelvloer in Zuid-Holland laat over het algemeen een stijgende lijn zien. Uitzondering hierop is de regio Haaglanden.

 

Zie ook hier.”

 

In hoeverre is aanpak van winkelleegstand een taak voor de provincie? Is dat niet meer een taak voor de gemeente?

 

“Het is een taak van provincie en gemeenten samen. Als bestemmingsplannen van realistische prognoses uitgaan en er niet meer wordt gebouwd dan dat er nodig en wenselijk is, is er al veel gewonnen. Veel gemeenten doen dat ook. In sommige gevallen gebeurt dat niet altijd en dan grijpt de provincie in met een reactieve aanwijzing. Je zou kunnen zeggen dat de taak van de provincie is om de oplopende leegstand zoveel als mogelijk te beperken door kritisch te kijken naar nieuwe plannen. Op het moment dat er leegstand is ontstaan in winkelcentra is het een primaire taak van de gemeente om dit probleem aan te pakken, door bijvoorbeeld andere functies toe te staan.”

“Winkel leegstand tast leefbaarheid aan”
Vienna Beenhakker