De jonge meeuw in de Staten: vier jaar PVV Zuid-Holland
7691141380_33d7a0151e_b
(C) Edwyn Anderton

Het is al lang geen nieuwe partij meer, de Partij voor de Vrijheid. Maar op provinciaal niveau is de partij nog redelijk groen. Sinds 2011 zijn ze actief in de Zuid-Hollandse Staten. Maar hoe is de afgelopen vier jaar het PVV-geluid gehoord in de provincie? Een greep uit de successen en tegenvallers van de PVV Zuid-Holland maakt dat duidelijker.

 

‘Zuid-Holland: Het kán anders en het moét anders!’, zo luidde de titel van het PVV verkiezingsprogramma in 2011. De PVV’ers stellen in hun programma dat ze vooral ‘minder provincie’ willen en benadrukken het belang van een Eerste Kamer met een goede PVV-vertegenwoording: de partij gedoogde immers het eerste kabinet Rutte en die had de steun in de senaat hard nodig. Maar uiteraard had de partij ook een inhoudelijk programma over de provincie Zuid-Holland. Zoals bij elke partij kan nooit alles waargemaakt worden, zeker als je niet in het dagelijks bestuur zit. Een klein overzicht biedt duidelijkheid:

 

 

Het moet ánders
Op de website van de PVV Zuid-Holland valt meteen op waar het meest mee wordt gepronkt: het subsidie- en declaratieregister. Door moties van de PVV is het mogelijk geworden om precies te zien wat er allemaal wordt gedeclareerd door gedeputeerden en waar subsidies precies heen gaan. Dit past in de wens van de PVV voor meer transparantie in het bestuur en stond prominent in het verkiezingsprogramma uit 2011.

 

Een thema dat hierbij past valt goed samen te vatten door te citeren uit het oude PVV-programma: ‘Er moet een einde komen aan de subsidiestroom naar multicul en andere linkse projecten.’ Er zijn de afgelopen vier jaar door de PVV een hoop schriftelijke vragen gesteld over het afschaffen van subsidies op natuur, milieuclubs en windmolens. Die laatste, de grote conventionele windturbines, zijn volgens de PVV inefficiënt en dodelijk voor vogels. Het windmolenpark dat geplaatst wordt in de gemeente Korendijk, tegen het zere been van de gemeente zelf, geeft aan dat de strijd voor de PVV nog niet is gestreden.

 

Maar is het ook anders geworden?
Een bekend speerpunt van de PVV is het tegengaan van islamisering. Concreet stond hierover in het verkiezingsprogramma van 2011: ‘Geen boerka’s of hoofddoekjes voor ambtenaren, Statenleden en Gedeputeerden.’ Het boerkaverbod is er uiteindelijk gekomen door het kabinet Rutte-1, maar een hoofddoekjesverbod voor ambtenaren heeft de PVV nooit gerealiseerd. Dagblad Trouw kwam er zelfs achter dat het plan helemaal was geschrapt in enkele nieuwe PVV-provincieprogramma’s, waaronder die van Zuid-Holland.

 

Een ander punt waar de PVV Zuid-Holland hoge verwachtingen van had en heeft is het provinciaal referendum. Burgers zouden over gemeentelijke herindelingen, de keuze van een commissaris van de Koning, en provinciale voorstellen moeten kunnen stemmen. Het is de PVV, ondanks steun van de SP en de Partij voor de Dieren, niet gelukt het plan door de Staten heen te krijgen.

 

Het is de PVV de afgelopen jaren gelukt een aantal successen te behalen, zoals het subsidie- en declaratieregister, maar ze moesten het ook afleggen bij het referendumvoorstel en het (reeds verdwenen) hoofddoekjesplan. Intern kreeg de partij te maken met verschillende Statenleden die de fractie verlieten na de ‘minder-minder’ uitspraak van partijleider Geert Wilders, maar Zuid-Holland was hier niet alleen in. Ook in andere provincies tekende dit zich af.

 

Of vier jaar PVV Zuid-Holland de kiezer heeft overtuigd zal duidelijk worden op 18 maart aanstaande. De jonge partij heeft, zoals vele andere partijen, zo haar successen en tegenslagen.

De jonge meeuw in de Staten: vier jaar PVV Zuid-Holland
Frank Zwarthoed